Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BB9175

Datum uitspraak2007-11-30
Datum gepubliceerd2007-12-03
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers05/4027 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

WAO-schatting. Geschiktheid geduide functies.


Uitspraak

05/4027 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 9 mei 2005, 04/192 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 30 november 2007 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C.J. Driessen, advocaat te Beers, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 oktober 2007. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Driessen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. J.J.C. Röttjers. II. OVERWEGINGEN Bij besluit van 12 december 2003 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissende op bezwaar, de herziening van de WAO-uitkering van appellante naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15-25 % per 29 juli 2003 gehandhaafd. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen dat besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat er geen aanknopingspunten zijn om te oordelen dat appellante niet beschikt over duurzaam benutbare mogelijkheden. De rechtbank heeft voorts geen aanleiding te concluderen dat nadere beperkingen hadden moeten worden vastgesteld op grond van de klachten wegens baarmoederhalskanker en psychische klachten. Naar het oordeel van de rechtbank moet appellante in staat worden geacht de functies te vervullen die op grond van arbeidskundig onderzoek als voor haar geschikte arbeidsmogelijkheden zijn geselecteerd. Aangezien het bestreden besluit terzake een deugdelijke motivering ontbeert, maar deze in beroep wel is gegeven heeft de rechtbank het besluit vernietigd en de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij volledig arbeidsongeschikt is. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een verslag van Ergo Optima BV van 9 mei 2007 overgelegd. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft appellante geen medische gegevens overgelegd die twijfel doen rijzen aan de door het Uwv vastgestelde belastbaarheid. Het verslag van Ergo Optima BV leidt niet tot een andere conclusie, reeds omdat het niet ziet op de datum in geding, 29 juli 2003, en niet is opgesteld door een medicus. Ook het feit dat aan appellante per september 2007 een voorlopige uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% is toegekend leidt niet tot een ander oordeel aangezien dit niets zegt over de datum in geding, 29 juli 2003. Voor een onderzoek door een onafhankelijke medicus - zoals door appellante verzocht - ziet de Raad, gelet op het vorenstaande, geen aanleiding. De Raad is voorts van oordeel dat appellante, gelet op de beschikbare informatie, in staat moet worden geacht de geduide functies te verrichten. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier uitgesproken in het openbaar op 30 november 2007. (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen. (get.) A.C.W. Ris-van Huussen. MH